Welkom

Hier kun je de ontwikkeling van mijn verhaal volgen.
Nieuw hier? Bekijk het chronologisch overzicht.
Ik heb behoefte aan feedback!

maandag 11 april 2011

Hoofdstuk 1 - Verbannen (deel 5)

5 weken geleden


‘Het gaat over de zaak Stolar uit 2007.’ Rothuizen gooide een map over zijn bureau richting John, wat een flinke stofwolk veroorzaakte.

John pakte de map op en opende hem. Hij bladerde wat en keek toen op naar de commissaris. Hij kneep met zijn ogen tegen de laag staande zon. ‘Zegt me niet direct wat... wat had hij uitgevreten?’

‘Het stelde eigenlijk niks voor. Hij werd gepakt in een nachtclub met veertig gram coke. Domme actie van hem, maar niet iets waar een rechercheteam op gezet wordt.’

‘Dan heb ik er dus niks mee te maken.’

‘Maar je kende Stolar toen al wel?’

‘Ik had hem jaren niet gezien.’

‘Oh, toen was je nog niet met...’

‘Nee.’ zei John, iets te scherp. Hij keek zijn chef doordringend aan. Dit gesprek verliep hem iets te veel als een verhoor.

Rothuizen leunde achterover in zijn stoel, wreef met zijn handen over zijn gezicht en zuchtte. ‘Je moet dit wel serieus nemen. Samen met die geruchten uit je verleden...’

‘Jij hebt me al bij voorbaat veroordeeld, hè? Ik dacht dat je me steunde!’

‘Ik bedoel alleen dat je je hier tegen moet verdedigen.’ zei Rothuizen sussend.

‘Wáártegen, Frank?’

‘Er is gerotzooid met het bewijs. Het grootste deel van die coke is verdwenen. Stolar kwam er met een boete vanaf.’

‘Okee, hij ontliep een paar dagen cel. So what? En wie beschuldigt mij?’

‘John...’

‘Een van m'n collega's probeert me zwart te maken, en ik wil weten wie!’

‘Dat kan ik niet zeggen, dat weet je.’

‘Is het Marc?’

Rothuizen keek John strak aan. ‘Jezus John, als jij meer weet, wat dan ook, zeg dan wat. Dan kunnen we samen bedenken hoe we verder gaan.’

John wendde zijn hoofd af en beet op zijn lip. Hij probeerde helder te denken, maar zijn hoofd zat vol woede, voornamelijk tegen zichzelf gericht. Uiteindelijk nam hij de beslissing die hij al lang had voelen aankomen. Hij stond op en liep naar de deur. Daar draaide hij zich om. ‘Doe geen moeite. Ik ga niet afwachten tot iemand het mes in m'n rug nog eens stevig omdraait. Je vindt m'n penning wel in je postvakje.’

2 opmerkingen:

  1. Cool, de toon is goed getroffen denk ik. John komt hier een stuk daadkrachtiger over.

    Twee punten:
    - De zaak Stolar heeft John nooit van gehoord, maar hij kent Stolar wel. Zou hij dan niet anders reageren dan te zeggen "nooit van gehoord"?
    - Het taalgebruik is misschien nog wat oudbollig hier en daar. Tenminste, "So what" en "akkefietje" in één zin lijkt niet helemaal te kloppen.

    BeantwoordenVerwijderen