John was aangenaam verrast door het eten in de kantine. Hij had een aantal bakken verwacht met onduidelijke massa’s voedsel erin; dat was hij gewend van zijn avonddiensten. Meestal lieten ze dan de kantine links liggen en gingen direct naar een afhaalzaak. Maar hier bleek de maaltijd van een hele andere orde: er was een hoop keus en het rook allemaal heerlijk. Paella, couscous, een pastagerecht en nog allerlei losse vlees- en visgerechten. Hij pakte een bord en schepte het vol pasta. Hij had er een lange dag op zitten, en was tussendoor niet echt aan eten toegekomen.
Kiani stond even voor hem en was in gesprek geraakt met de kok, een donkere man met kort grijzend kroeshaar. John realiseerde zich dat hij verder nauwelijks Afrikanen had gezien op het platform.
Hij voelde iets tegen zijn been botsen. Hij keek om en zag tot zijn verbazing een jongen van een jaar of 6 staan. Het kind wierp hem een korte, neutrale blik toe en draaide zich toen naar de balie waar het eten klaarstond. Hij ging op zijn tenen staan om het beter te kunnen zien.
John keek rond in de kantine, op zoek naar een ouder, maar het was nog niet erg druk. Aan een tafeltje in het midden zaten drie mannen te eten, en aan de kant van de ruimte het verst van de deur zaten er nog twee. John sprak de jongen aan. ‘Is je vader of moeder hier?’
Het kind leek licht geïrriteerd dat John hem stoorde in zijn bezigheden. ‘Wie ben jij?’ vroeg hij.
‘Ik ben John. En jij?’
‘John...’ zei het joch, schuin omhoog kijkend alsof het hem ergens aan herinnerde.
‘Wat is jouw naam?’
De jongen keek naar John’s schoenen. ‘Remy gaat weg.’
‘Heet jij Remy?’ vroeg John wat ongeduldig. Hij was nooit goed geweest in omgaan met kinderen.
Een beslist hoofdschudden.
‘Zijn hier nog meer kinderen? Is Remy een vriendje van je?’
Hetzelfde ontkennende gebaar.
John besloot het te laten rusten. ‘Ga maar naar je vader of moeder toe, okee? Ik ga even eten.’ Hij draaide zich om en schepte nog wat vlees op zijn bord.
Kiani was inmiddels uitgepraat met de kok en keek met ontzag naar zijn bord. ‘Zo! Kan je dat allemaal op?’ Zelf had ze wat minder opgeschept dan John, maar ze had wel van elk gerecht wat.
‘Wist jij dat hier ook kinderen aan boord waren?’ vroeg hij.
‘Kinderen? Hier? Dat lijkt me sterk.’
‘Er was hier net een jochie, hier achter me. Heb jij hem niet gezien?’ John draaide zich om, maar het kind was nergens meer te zien.
‘Hè? Wat raar.’
‘Ja, geen ideale plek hier lijkt me. Zullen we daar zitten?’
De geuren die van het eten af waren gekomen bleken niets teveel beloofd te hebben. Hij vroeg haar waar ze het over had gehad met de kok.
‘Hij had vroeger zijn eigen restaurant in Bata, op het vasteland. Maar daar werd hij te oud voor, zei hij. En dit verdient beter.’
‘Daar hebben we geluk mee. Het is echt heerlijk.’
‘En jij? Waar werkte je hiervoor, en waarom besloot je hier te solliciteren?’
John nam snel een hap om tijd te winnen. Al kauwend kwam hij tot een besluit. Het had geen zin om het te verzwijgen. ‘Ik zei dat ik in de beveiliging zat, maar dat is nog maar kort. Daarvoor werkte ik bij de politie.’
‘En dat beviel niet meer?’
‘Nee joh, teveel papierwerk.’
‘Oh? Ik hoorde dat dat juist een stuk minder geworden was de laatste jaren.’
‘Ach, ik was gewoon klaar met die wereld. En hoe ik hier terecht komt... da’s min of meer een toevalligheid. Een advertentie. Net als jij, toch?’
‘En... getrouwd? Kinderen?’ vroeg ze.
‘Geen kinderen. Ik ben weduwnaar.’
Ze legde haar bestek neer en keek hem bezorgd aan. ‘Wat naar voor je. Lang geleden?’
‘Ongeveer twee jaar. We waren net een jaar getrouwd.’
‘Verschrikkelijk. Was ze ziek, of...’
John keek naar zijn bord en zei niets. Meteen verontschuldige Kiani zich. ‘Sorry, dat had ik niet moeten vragen. Het spijt me.’
‘Het is okee. Het was een ongeluk.’
‘Oh, wat erg. Dat is ook zo plotseling.’
‘Ja.’
‘Sorry hoor. Niet echt een luchtig gesprek voor aan tafel. Dat is een beetje een beroepsdeformatie ben ik bang, mensen meteen uithoren over hun verleden.’
‘Maakt niet uit.’
Ondanks de verontschuldigingen was de ontspannen sfeer tussen hen verdwenen, en de rest van de maaltijd spraken ze nauwelijks meer met elkaar. John baalde ervan dat hij ineens zo dichtklapte, terwijl hij toch wist dat dit onderwerp vroeg of laat ter sprake zou komen. Maar hij was er van geschrokken hoe makkelijk hij haar dingen vertelde; hij zou zo het hele verhaal met haar willen delen.
Plotseling werd het geroezemoes in de kantine verbroken door een harde sirene. Iedereen keek op; sommigen sprongen direct op en renden naar de trap. Over de intercom klonk de stem van Robin. ‘Man overboord! MOB-team klaarmaken! Man overboord!’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten