Welkom

Hier kun je de ontwikkeling van mijn verhaal volgen.
Nieuw hier? Bekijk het chronologisch overzicht.
Ik heb behoefte aan feedback!

zaterdag 19 maart 2011

Hoofdstuk 1 - Verbannen (deel 2)

Toen de helikopter op hoogte en snelheid was gekomen, ontspande John wat en keek om zich heen. De begroeiing werd hoe langer hoe dichter, tot er alleen nog maar een tapijt van tropisch regenwoud te zien was. Hier en daar werd het onderbroken door een rivierkloof. Het vormde een idyllisch plaatje, maar hij wist dat de verschillende bomen en struiken onder hem verwikkeld waren in een trage strijd om het kostbare zonlicht.

Ze passeerden een aantal onverharde wegen; de verkeersaders van Bioko. Ze leken verlaten. Aan een van de wegen lag een klein dorpje, omringd door oerwoud.

De nieuwe indrukken volgden elkaar in hoog tempo op, en John had moeite alles in zich op te nemen. Ze kwamen langs een kust, met rotsachtige stranden, palmbomen en mangroves. Opmerkelijk dat de toeristische industrie hier nog geen voet aan de grond leek te hebben gekregen. John hoopte dat het hier over twintig jaar nog zo ongerept uit zou zien.

Na een tijdje de kust gevolgd te hebben, vlogen ze weer over land. Geleidelijk aan werd het heuvelachtiger, tot ze over een langwerpige, puntige bergrug heen kwamen. John realiseerde zich dat het de rand van de enorme vulkaankrater moest zijn die hij op de kaart had gezien. Hij vroeg zich af of er de komende tijd gelegenheid zou zijn om naar Bioko terug te keren om deze indrukwekkende landschappen van dichtbij te bekijken.

Uiteindelijk bereikten ze de zuidkust van het eiland, en toen was er alleen nog maar oceaan. Vanaf hier was het een monotone aangelegenheid, een lange blauwgroene vlakte waar geen eind aan kwam. Hij viel niet in slaap maar bleef vermoeid uit het raampje staren.

Ineens werd hij overvallen door een gevoel van melancholie, schijnbaar zonder aanleiding. Het zwol langzaam aan tot een intens maar onbepaald gevoel van verdriet. Het verwarde hem. Hij wilde niet dat Kiani hem zag en keek strak uit het raampje naar de lage golven onder hen. Gelukkig probeerde zij een gesprek aan te knopen met Javier. Na een paar minuten ebden de heftige gevoelens geleidelijk weg. Slaapgebrek en zenuwen, dacht John. Hij hoopte vannacht in een beetje redelijk bed terecht te komen.

Na nog zeker een kwartier vliegen stootte Kiani hem aan en zag hij in de verte het kunstmatige eiland liggen dat de komende twee maanden hun thuis zou zijn. Langzaam kwam het dichterbij en werden details zichtbaar. Het platform rees meer dan tien meter boven het water uit op een heleboel dikke, rode kolommen. Er sproten meerdere gele kraanarmen van af; uit een ervan kwam een enorme vlam. In het midden stond een hoge, witte toren. Het gaf de indruk van een verschrikkelijk mechanisch monster dat, na jaren sluimeren op de zeebodem, door een onbezonnen menselijke actie was ontwaakt en uit de diepte opgerezen om dood en verderf te zaaien.

Aan de zijkant van het platform stak een helikopterlandingsplaats uit. Ze koersten af op de grote gele cirkel. Een man op het platform gebaarde met zijn armen en op zijn aanwijzingen zette Javier de helikopter behoedzaam aan de grond. Terwijl de wieken op volle snelheid doordraaiden, maakte hij duidelijk dat ze uit moesten stappen. Juist op dat moment ging John's deur open en werd hij naar buiten begeleid door een nors kijkende vijftiger in een gevlekte blauwe overall. De kracht van de lucht die door de wieken naar beneden werd geslagen, was enorm. De man pakte hun bagage en John volgde hem, weg van de helikopter. John zag dat Kiani aan de andere kant was opgevangen door een wat jongere man, rond de veertig, die een stuk netter gekleed ging.

De helikopter steeg weer op en zette weer koers naar het eiland. Een relatieve rust daalde over het platform. Nu pas konden ze de andere geluiden horen: het gebrom van machines, het gebonk van metaal tegen metaal, en golven die beukten tegen de basis van het platform. Er hing een zweem van teer in de lucht.

De jongere man stak zijn hand uit naar John. ‘Hai, ik ben Ralph, en dit is Robin.’ Hij keek heen en weer tussen hem en Kiani en glimlachte. ‘Was de reis een beetje oké? Ik vind het altijd een verschrikking, zeker dat laatste stuk. Maar goed, jullie zijn er, kom verder.’

Robin liet hun bagage op het platform vallen en liep weg zonder een woord te zeggen. Ralphs blik verstrakte een moment. Toen lachte hij geforceerd naar John en Kiani en pakte de koffer en tas op. ‘Robin kan soms wat stug zijn, je moet het hem maar niet kwalijk nemen. Hij valt erg mee als je hem leert kennen.’ Hij knipoogde even naar John. ‘En we kunnen niet zonder hem, hij is de beste OIM die er is.’

‘OIM, dat is eigenlijk de kapitein, toch?’ vroeg Kiani.

‘Ja, klopt. Sorry, slechte gewoonte van me, nieuwkomers om de oren slaan met vaktermen.’

‘En wat is jouw functie precies?’ vroeg John, met een blik op zijn keurig gestreken overhemd en crème broek.

‘Ik zit hier namens de eigenaar van het platform, Extract Innovations, als een soort toezichthouder. Je kunt je wel voorstellen hoe populair ik ben bij de mensen die het echte werk doen.’

Hij reikte in de schoudertas die hij bij zich droeg en gaf ze allebei een groene veiligheidshelm. ‘Altijd dragen als je buiten bent. Jullie krijgen zo nog veiligheidslaarzen. Niet echt flatteus,’ zei hij verontschuldigend richting Kiani, ‘maar beter dan een stel verpletterde tenen.’

Hij ging ze voor, een metalen trap af, terwijl hij snel verder praatte. ‘Ach, het valt ook allemaal wel mee hoor. Het zijn bepaalde types hier hè, stoere mannen die geen boodschap hebben aan figuren zoals ik. Daar moet je een beetje doorheen prikken. Ik vind het juist een uitdaging om iedereen aan boord te houden.’ Hij lachte. ‘Beetje ongelukkig uitgedrukt, maar je begrijpt het.’

Er volgden nog een aantal trappen naar beneden, alsof ze net geland waren op het dak van een flat en nu via de brandtrap naar straatniveau afdaalden. Ze werden omringd door een landschap van buizen, stellages en zware machinerie.

Ze stapten de trappen af en betraden het hoogste niveau van het olieplatform. Ralph draaide zich om. ‘Ik weet niet hoeveel jullie al weten over Pioneer Epsilon?’

‘Vrijwel niets. Ze deden nogal geheimzinnig bij de sollicitatie.’ zei Kiani.

‘Klopt! Niet dat er iets niet door de beugel kan hoor. Integendeel. Dit is een researchplatform. We doen hier onafhankelijk onderzoek naar nieuwe winningsmethoden. Veiliger voor mens en natuur. We hebben zelfs een zeebioloog aan boord.’

John lachte. ‘Laat me raden: jullie zijn onderdeel van de oplossing, niet van het probleem?’

Ralph hield verontschuldigend zijn handen op. ‘Ja sorry, ik heb soms de neiging om in marketingpraat te verzanden. Dat moet je me maar niet kwalijk nemen. Maar geloof me, we zijn hier echt goed bezig.’ Hij keek opzij naar twee mannen die een grote kist die aan een kraan hing naar de grond begeleidden. ‘En de sfeer is over het algemeen prima. Het is eigenlijk gewoon een dorp. Je kunt van elkaar op aan.’

Ineens wendde hij zich nadrukkelijk tot John. ‘Dat is belangrijk, vind je niet John? Als je je collega's niet kunt vertrouwen, is er echt iets mis.’

3 opmerkingen:

  1. Had je toevallig al wijzigingen gemaakt? Ik had nog niet eerder kunnen reageren en volgens is er wel iets anders dan sinds ik het heb gelezen.

    Over het geheel genomen vind ik het iets minder interessant dan het eerste deel. Niet perse slechter geschreven, maar het voelt iets te lang voor wat er daadwerkelijk gebeurt. Vooral de kennismaking met John lijkt me wat lang.

    Het Melancholie stukje beloofd in ieder geval veel goeds :-) Ik ben benieuwd!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Klopt, ik heb al het een en ander gewijzigd naar aanleiding van e-mailfeedback. Ik moedig iedereen aan op het blog te reageren, maar ik merk dat veel mensen liever mailen.

    De voornaamste wijzigingen waren om de reis in het begin wat minder 'zakelijk' te beschrijven en meer hoe John het ervaart, en verderop in het verhaal heb ik een paar (goed geresearchte, maar irrelevante :-) details weggelaten.

    In de tweede alinea bedoel je de kennismaking met Ralph neem ik aan? Kan me wel voorstellen ja. Aan de ene kant wil ik het karakter goed typeren, maar misschien valt daar best in te snijden. Daar zal ik binnenkort nog eens kritisch naar kijken.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Okee, in de nieuwe versie van dit stuk is de kennismaking met Ralph ingekort en wat anders van toon geworden. :-)

    BeantwoordenVerwijderen