De zon stond laag aan de horizon en kleurde de lucht een betoverend oranje. De weerspiegeling deed de oceaan fel schitteren.
Ze waren richting de centrale boortoren gelopen, een groot stalen skelet van een paar verdiepingen met een smalle toren erbovenop. Een groepje mannen in overalls waren stukken pijpleiding aan elkaar aan het koppelen.
‘Baaf!’ schreeuwde Ralph over de herrie heen. Een jongen van begin twintig keek om. Ralph wees op John en Kiani en de jongen knikte. Toen wendde hij zich weer tot hen. ‘Ik moet rennen, heb een bespreking. Bavelaar helpt jullie verder.’ Met stevige tred ging hij er vandoor.
John zag dat Kiani een beetje afwezig naar de horizon staarde. ‘Hee, ben je nog wakker?’ riep hij.
Ze keek om en glimlachte. ‘Nauwelijks. Wat heb ik gemist?’
‘Niks. Een hoop technische details.’
Bavelaar kwam op ze af gelopen met een brede grijns. Hij stak een met olie besmeurde hand op en ging ze voor, weg van het lawaai. Ze kwamen terecht aan de rand van het platform tegenover die waar ze geland waren. Ook hier was alleen maar zee te zien tot de horizon.
‘Bavelaar dus?’ zei John. ‘En je voornaam?’
‘Heb ik een hekel aan. Iedereen zegt hier Baaf.’ Hij sprak Kiani aan. ‘Een paar van de mannen willen weten of je single bent.’
John vond het nogal brutaal. De vraag deed hem terugdenken aan zijn schooltijd. Desalniettemin was hij benieuwd naar het antwoord. Kiani reageerde poeslief. ‘Oh, een paar van de mannen? Waaronder jij?’
Bavelaar schudde zijn hoofd, ineens serieus. ‘Nee man, ik ben verloofd, weet je. Mijn schatje zit thuis. Maar ze gaven me twintig euro als ik het zou vragen.’
‘En wilden ze het ook van John weten?’ zei ze met een ondeugende blik in zijn richting. Hij werd zich bewust van zijn trouwring. Die had ze natuurlijk allang gezien. Zoiets ontgaat vrouwen niet.
Bavelaar ging er niet meer op in. ‘Willen jullie echt nog de hele rondleiding, of zal ik alleen effe snel de reddingsboten laten zien? Kan me voorstellen dat jullie honger hebben, en de kantine gaat zo open.’
Ze knikten instemmend en Bavelaar leidde ze verder het platform over, hier en daar wat aanwijzend. Bij de reddingsboten legde hij de vluchtroutes uit.
Plotseling klonk er achter hen een harde brul. ‘Pas op! Omlaag!’ Instinctief draaide John zich om richting de bron van het geschreeuw. Robin, de oudere man die ze bij de helikopter geen blik waardig had gekeurd, kwam voorover gebogen op hem af rennen.
Een zware stalen pijp die aan een kraan hing, zwaaide vlak langs John's hoofd. Toen werd hij omver getrokken door Bavelaar en kwam hij pijnlijk neer op het geribbelde staal van het platform. Kiani zat op haar hurken en keek hem geschrokken aan.
Boven zijn hoofd hing de vijf meter lange pijp nog steeds vervaarlijk heen en weer te zwaaien. Uiteindelijk werd hij omhoog getakeld en ze kwamen overeind. Robin kwam vlak voor hem staan en keek hem woest in de ogen. ‘Als ik zeg dat je je hoofd omlaag moet doen, dan doe je dat, begrepen? Je gaat daar niet wezenloos om je heen staan te kijken!’
‘Ik had niet door...’
‘Nee, dat is duidelijk! Ik ben verantwoordelijk als jou iets overkomt, dus je doet godverdomme wat ik zeg!’
John kwam enigszins bij en voelde nu woede in zich opkomen. ‘Hoe kon die pijp daar uberhaupt hangen? Daar ben je ook verantwoordelijk voor!’ zei hij tegen Robin.
‘Ik kan niet iedereen elke seconde in de gaten houden! Ik zeg al maanden tegen Ralph dat we meer ervaren mensen moeten hebben, maar er is nooit geld. Maar we kunnen wel nóg twee nutteloze groentjes aan boord te halen! Alsof we niet genoeg problemen hebben.’ Hij draaide zich om en liep weg in de richting van de kraan.
‘Ben je oké?’ vroeg Bavelaar aan John.
‘Gebeurt dit vaker hier?’ vroeg hij. Hij probeerde weer wat rustiger te worden, maar de adrenaline van het bijna-ongeluk en de aanvaring met Robin stroomde nog door zijn lijf.
‘Dit is wel uitzonderlijk. Maar er gaat de laatste tijd wel veel mis ja. Het valt iedereen op. En als je echt gewond raakt, ben je niet snel in het ziekenhuis, weet je.’
Ze liepen nu snel door en kwamen uit aan de andere kant van het gebouw waarlangs ze waren afgedaald. Bavelaar sloeg met zijn vlakke hand op de metalen zijmuur en deed zijn best om weer een luchtige toon op te zetten. ‘Zo. Hier gebeuren de écht belangrijke dingen: eten, slapen en poolen.’
Ze gingen naar binnen. Het interieur had veel weg van een ouderwets kantoorgebouw. Ze liepen door een lange, claustrofobische gang met een aantal zijdeuren. ‘Hier zit de EHBO, en de rest zijn vooral werkkamers.’ zei Bavelaar. Aan het einde van de gang was een deur naar een trappenhuis. Ze gingen naar binnen en liepen de trap op.
‘Hier zijn de slaapkamers. Jullie zitten allebei in de eerst gang rechts, nummers 14 en 10.’ Hij wees hierbij John en Kiani aan. ‘Het zijn stapelbedden, en ik denk wel dat jullie een kamergenoot hebben, het is behoorlijk druk. De badkamers zijn aan de andere kant.’
Ze namen de volgende trap. ‘En hier is-ie dan, de kantine! Verder is daar de pooltafel, ping-pong, en wat fitnessapparaten.’
‘Wat is er op de bovenste verdieping?’ vroeg John.
‘Oh, daar zitten laboratoriums. Daar kom ik nooit.’ Hij wees naar de kantinedeur. ‘Als ik jullie was, zou ik aanvallen voor de hongerige troep komt aanstormen. Als je niet snel bent, is het vlees op. Ik ga nog effe snel douchen. Smakelijk!’
Belangrijkste wijzigingen: begin wat herschreven, John assertiever gemaakt tegenover Robin.
BeantwoordenVerwijderen