5 weken geleden
‘Heeft u cognac?’
John keek opzij. Naast hem stond een grijzende man in een trenchcoat met daaronder een net pak. John had hem aan een tafeltje zien zitten toen hij binnenkwam. Hij zou nauwelijks méér uit de toon kunnen vallen tussen de andere gasten van dit ranzige café.
De barman pakte zwijgend een fles van de plank. De nieuwkomer keek even vorsend naar het etiket. ‘Doet u maar een glas mineraalwater.’ Zijn stem klonk nogal deftig.
De barman pakte een ander, nogal beduimeld glas, hield het onder de kraan in de spoelbak en zette het met een klap op de bar.
De man in pak keek er even misprijzend naar en sprak toen John aan. ‘Mag ik u iets vragen?’
‘Als het moet.’ antwoordde John.
‘Wat is er mis met uw whisky? U heeft er nog niet aan genipt.’
‘Ik drink koffie.’
‘En de whisky houdt u daarbij gezelschap?’
‘De whisky houdt tenminste z’n mond.’
De man keek even bedachtzaam voor zich uit en knikte. Toen hees hij zich, tot John’s ergernis, op een kruk. ‘Ik zit hier om mijn vrouw te mijden. Normaal zijn onze agenda’s zo vol dat we elkaar nauwelijks zien, maar ze zit nu ziek thuis.’
John zei niets en hoopte dat de man de hint nu eindelijk begreep.
‘En u, meneer Borghart? Wie probeert u te vermijden?’
John draaide zich om en keek de man fel in de ogen. Die keek terug met een kalme, zelfverzekerde blik. John stond hij op, gooide tien euro op de bar en liep naar buiten.
De man kwam hem achterna, de koude nacht in. ‘Meneer Borghart, mijn naam is Jeremy. Ik heb een voorstel voor u.’
John draaide zich om, greep de man bij zijn kraag en duwde hem tegen de muur. ‘Voor wie werk je? Wat willen jullie van me?’
De man verzette zich niet, en John liet hem weer los. Onverstoorbaar sprak hij verder. ‘Ik werk voor niemand. Mensen werken voor mij. Ik wil dat u daar één van wordt.’
‘Laat me raden. Je zoekt iemand om “rekeningen te innen”.’
De man glimlachte naar hem, en zei even niets. Toen vervolgde hij: ‘U ziet mij aan voor een crimineel. Dat komt doordat u uw hele leven omringd bent door criminelen. Daardoor maakt u ook steeds de verkeerde beslissingen.’
John had geen antwoord meer. Hij staarde Jeremy aan in totale verwarring. Die deed een stap dichterbij en pakte zijn hand. Achter hem scheen de warme gloed van het café.
‘U bent geen slecht mens. Iedereen maakt fouten. Ik wil u een kans bieden om die fouten goed te maken.’
John werd gegrepen door emoties. Op de een of andere manier landden de woorden van deze man direct in zijn onderbewustzijn. ‘Sommige fouten zijn niet meer goed te maken.’ wist hij met moeite uit te brengen.
Jeremy legde een hand op zijn schouder en keek hem vriendelijk in de ogen. ‘De tijd terugdraaien wordt lastig, John, maar het is nooit te laat voor vergeving.’
Cool!
BeantwoordenVerwijderenLoopt lekker. Ik ben benieuwd hoe het loopt binnen het geheel van het hoofdstuk, maar op zich zelf als losse tekst is ie goed.