Toen John en Kiani buiten kwamen, bleek de zon onder gegaan te zijn. Het platform was een baken van licht geworden in de donkere oceaan. Op diverse plekken werd koortsachtig gewerkt. Er werd een motorbootje met een paar man te water gelaten en een stukje verderop schenen er een paar met een groot zoeklicht op het water.
De rest van de bemanning stond op een afstandje te kijken. John vroeg wat er gebeurd was.
‘Er is er een vanaf gedonderd. Verder weten wij ook niks.’ zei een stevige man met een flinke baard.
Een jongere man kwam uit de richting van de schijnwerpers lopen. ‘Het is Bavelaar! Ik zie het aan z’n pak.’
‘Bavelaar? Die heeft ons net rondgeleid.’ zei Kiani. ‘Hij zei net dat hij alleen nog even ging douchen voor het eten!’
‘Zo te zien had hij toch liever een bad.’ klonk een stem ergens uit de groep, snel gevolgd door ‘Auw!’ toen de spreker blijkbaar een elleboog in zijn zij kreeg.
‘Ze zijn er snel bij, dus het komt wel goed.’ zei de bebaarde man sussend.
De jonge man schudde zijn hoofd. ‘Het zag er niet goed uit. Hij dreef voorover en bewoog niet.’
Ralph kwam aanlopen van de plek waar de motorboot werd uitgezet. Hij sprak Kiani aan.
‘Je hebt het gehoord?’
‘Ja. Ik hoop dat alles goed komt. Jullie hebben hier een speciale medicus toch?’
Ralph aarzelde even. ‘Die is... niet beschikbaar. Ik ben bang dat we een beroep op jou moeten doen. Je bent toch ook arts?’
Kiani’s gezicht betrok. ‘Oh. Ik... eh...’
‘Sorry, ik had het je eerder moeten vertellen. Maar dit verwachtte ik niet.’
‘Natuurlijk. Ik doe m’n best.’
Ralph liep weer terug om de reddingsoperatie in de gaten te houden. Ze zagen nu ook Robin, die aanwijzingen riep naar het reddingsteam beneden.
John probeerde haar gerust te stellen. ‘Hee, ik kan ook helpen, ik heb EHBO gehad een paar jaar terug.’
Ze keek hem aan, ineens een stuk minder zelfverzekerd dan hij haar de rest van de dag had meegemaakt. ‘Dank je. Ik hoop dat ik wat kan doen voor hem.’
Een paar minuten verstreken. Toen werd een kraan met een brancard naar beneden gelaten. Even later kwam hij omhoog, met Bavelaar erop.
Ralph wenkte Kiani. John liep mee. De brancard werd op het dek neergelaten. Ze hurkten naast het lichaam van de jongen die hen net nog enthousiast had rondgeleid. Kiani voelde aan zijn nek en schudde haar hoofd. Ze zette haar handpalmen op zijn borst en begon hartmassage.
John legde een hand op Kiani’s schouder. ‘Je hebt alles gedaan wat je kon.’
‘Ik snap het niet. Hij heeft maar een paar minuten in het water gelegen. Hij had dit moeten overleven!’ zei ze. Ze had tranen in haar ogen. Nu pas leek de werkelijkheid van de situatie tot haar door te dringen.
‘Hee.’ John keek haar in de ogen. ‘Het is niet jouw schuld. Hij was niet meer te redden.’
Ralph en Robin stonden naast hen, samen met leden van het reddingsteam. Robin staarde zwijgend naar het lichaam op de brancard. Ralph had zijn handen achter zijn hoofd en keek naar boven. De rest van de bemanning keek toe vanaf een afstand. Ze waren erg stil geworden.
‘Hij zou binnenkort gaan trouwen.’ zei Kiani.
Ralph zuchtte. ‘Ja. Ik zal zijn vriendin en ouders bellen.’
Robin keek op. ‘Dat doe ik.’ zei hij, schor maar resoluut. Hij liep richting het gebouw. Toen stond hij stil en draaide zich om. Zijn stem klonk ineens verslagen. ‘We noemden hem altijd gewoon Bavelaar. Ik weet zijn voornaam niet eens meer.’
Ralph lachte flauwtjes. ‘Oja... Hij had een hekel aan z’n naam. Remy heette hij. Remy Bavelaar.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten